Mijn belofte aan mevrouw Makhroui

mevrouw Makhroui

Mijn belofte aan mevrouw Makhroui

Op 4 augustus wordt Beiroet wereldnieuws: een explosie veroorzaakt een ramp van ongekende omvang. Er vallen tweehonderd doden, 6500 gewonden en ruim een kwartmiljoen mensen raken dakloos. De ramp komt dubbelhard aan in het toch al zo gehavende Libanon als gevolg van de pandemie en voortslepende economische crises.

 

Samen met collega Gert-Jan Schaap mag ik begin november voor het magazine Visie naar Beiroet om een reportage te maken over de slachtoffers en de noodhulp. We stuiten op verhalen van mensen die van de een op andere dag alles verloren. Ik ontmoet getraumatiseerde kinderen die niet in slaap durven te vallen en spreek hulpverleners die elke dag aan honderden mensen een maaltijd bezorgen.

 

Een verhaal zal ik niet snel vergeten, en dat is het verhaal van mevrouw Makhroui. Ze vertelt dat ze direct na de explosie haar oom dood in haar beschadigde huis vindt. Ze raakt in shock en weet niet meer waar ze is als ze bijkomt. Dankzij de Nederlandse hulporganisatie Dorcas krijgt ze een tijdelijke woning. Terwijl ze haar verhaal doet, komen de tranen en voelen we haar intense verdriet.

 

Na afloop vraag ik of ik haar mag portretteren voor Museum of Humanity. Zonder enige twijfel stemt ze in. Het is passen en meten in de woning, maar het lukt om mijn zwarte doek in het kleine kamertje op te zetten. Op de achtergrond hoor ik de geluiden van de straat: claxonnerende scooters en een blaffende hond. Via de geopende balkondeuren valt het warme licht op haar gezicht. Haar blik en de rimpels vertellen het verhaal: wat ik zie is verdriet en pijn, maar ook waardigheid en een sterke vrouw. Nadat ik haar zorgvuldig in beeld heb gebracht, druk ik haar portret af op mijn mobiele printer. Als ik haar de foto overhandig, beloof ik dat we haar verhaal zullen vertellen.

 

Na zeven dagen rondlopen met een mondkapje in het beschadigde Beiroet, weet ik weer waarom we dit doen. Verhalen als die van mevrouw Mahkroui moeten we blijven vertellen. Het zijn verhalen van gebroken mensen vol moed en veerkracht op soms heel duistere plekken.

 

Sinds ik terug ben in Nederland zit ik tien dagen in thuisquarantaine. Het klinkt misschien gek, maar ik vind het geen straf. Deze tijd mag ik gebruiken om de verhalen en beelden een plek te geven. En ondertussen besef ik hoe bevoorrecht ik ben: elke dag te eten en een dak boven mijn hoofd. Niets is vanzelfsprekend, dit wil ik vasthouden, koesteren.

 

De wereld moet dit weten...

 

P.S. Zojuist lees ik het laatste nieuws van zaterdag 14 november: 

 

“Libanon is vanaf vandaag in lockdown om de verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Eerder deze week sprak premier Hassan Diab van een “stadium van extreem gevaar” met betrekking tot de pandemie en de staat van de Libanese ziekenhuizen, zo melden internationale persbureaus. “We hebben een zeer kritieke periode bereikt,” zei Diab. “We zijn bang dat we een punt kunnen bereiken waarop mensen op straat sterven zonder dat er plaatsen beschikbaar zijn in ziekenhuizen.”